Creëren vanuit verbinding met de natuur

Oprichter van Schapenzacht, Leonie Grund:

‘Mijn creaties hebben iets herkenbaars, als een herinnering aan de natuur’

 Voor de schapenvachten, wollen wandkleden en akoestische panelen die Leonie Grund maakt, wordt geen schaap geslacht. De schapen worden volgens het ritme van de natuur geschoren. En met hún wol creëert Leonie interieurobjecten die mensen uitnodigen om zich te verbinden met de natuur.

Tekst en fotografie: Merel van der Lande

‘Eeuwig zonde’, verzucht Leonie terwijl ze de keuken binnenkomt met haar nieuwste experiment: een vacht die ze op natuurlijke wijze kleurde met fluitenkruid uit de berm. ‘Mijn oom stuurt me net een appje: vanochtend stond in de krant dat 95 procent van de Nederlandse wol wordt verbrand omdat de verwerkingskosten te hoog zijn. Dat steekt me wel. Wol is zo’n mooi product en zo veelzijdig. We kunnen het gebruiken voor kleding, isolatiemateriaal en halffabrikaten. Zelf maak ik vachten, akoestische elementen en wandkleden van wol en ik heb nog eindeloos veel ideeën in mijn hoofd. En we krijgen het ieder jaar helemaal gratis en voor niks! We hoeven er niets voor te doen, alleen voor de dieren te zorgen.’

Bluf
Leonies passie voor wol komt niet uit de lucht vallen. Ze groeide vanaf haar zevende op in Lienden, een dorpje in de Betuwe. Hoewel haar ouders geen boerenbedrijf hadden, hadden Leonie en haar zus Brenda wel een eigen paard en er waren honden, kippen en schapen. Leonie: ‘Als de schapen waren geschoren, bleef er altijd wel een vacht over en daar mochten wij een beetje mee fröbelen.’ Zo leerde Leonie als kind al vilten en spinnen. Als jongvolwassene werd Brenda vrijwillig schaapsherder van een schaapskudde in Rheden. ‘Op een dag kwam ze thuis en zei: “Ik heb zoiets tofs gezien: een schapenvacht die aan de onderkant is gevilt!” Het schaap was voor die vacht dus niet geslacht – dat levert namelijk de leren onderkant op. We vonden dat zo bijzonder dat we het zelf gingen proberen. Kom, dan laat ik het je zien!’ Leonie loopt naar haar atelier, een aparte ruimte in de boerderij van haar zus en haar man. ‘Hier heb ik alle ruimte voor de opslag van mijn materialen en om te creëren.’ In een grote stellingkast liggen zo’n 250 vachten, per drie opgerold in een laken. ‘Dit is de beste manier om ze te bewaren, omdat ze dan mooi bij elkaar blijven.’ Ze pakt een van de rollen uit de stelling en rolt hem uit op een grote hoge tafel. ‘Hier zie je de kop en de staart van het schaap. Kijk, de teken zitten er nog in!’ Leonie tilt een van de vachten, die nu nog uit losse plukken bestaat, op en legt hem op de kop op tafel. Daar legt ze vervolgens een nieuwe basislaag gekaarde (gekamde) wol overheen en dat pakket wordt dan uiteindelijk door middel van groene zeep en wrijving aan elkaar vast gevilt. ‘Met deze basiselementen, ruwe en gekaarde wol, kun je alles maken wat je wilt.’ 

 ‘De eerste 2,5 jaar was het rennen, pakken wat ik pakken kon en maar gewoon doen’

 Nadat de eerste experimenten waren gelukt, zette Leonie een paar vachtjes op Etsy. ‘Dat was leuk.’ Maar meer dan een hobby werd het op dat moment niet, want ze had een vaste baan als etaleuse bij Claudia Sträter. ‘Etaleren was eigenlijk helemaal niet mijn ding. Als studie heb ik interieurontwerpen en grafische vormgeving gedaan, maar ik vond het grafische te plat en voor interieurontwerpen moest ik de hele dag op m’n kont achter de computer zitten. Ik wilde met m’n handen werken, dus zo kwam ik bij etaleren uit.’ Leonie kreeg een mooie kans bij de modewinkel toen er een wol-etalage moest komen. ‘Ik heb meteen mijn vinger opgestoken en gezegd dat ik dat wilde doen.’ Leonie maakte een moodboard met foto’s van grote wollen wandkleden. ‘Dat was bluf, want ik wist helemaal niet of ik wel zulke grote kleden kon maken. Maar de floormanager was enthousiast en dus ging Leonie samen met haar zus aan de slag. Het resultaat: drie gigantische doeken van drie meter hoog bij een meter breed, die zes weken lang in de etalages in Amsterdam, Utrecht en Maastricht hingen. ‘Dat was het moment dat ik dacht: ja, dit is het! Dit moet ik gewoon gaan doen.’
Begin 2020 kwam er een reorganisatie bij Claudia Sträter. Leonie was op dat moment hoogzwanger en het was het begin van de coronatijd. ‘Met een dikke buik ben ik eruit gezet, maar het was de perfecte schop onder mijn kont. Vanuit de WW kon ik eindelijk starten met mijn grote droom.’ Omdat veel mensen in coronatijd in huis bezig waren, stroomden de opdrachten voor schapenvachten, wandkleden en akoestische panelen al snel binnen. Op een gegeven moment had Leonie zelfs een wachtlijst van vier maanden. ‘De eerste 2,5 jaar was het rennen, pakken wat ik pakken kon en maar gewoon doen. Ik vond het helemaal fantastisch!’

Intiem proces
Kort, lang, krullen, glad, donker, licht of met highlights door de zon: geen vacht is het hetzelfde. ‘Net als bij ons eigen haar’, zegt Leonie. Het zijn vooral de heideschapen met hun lange lokken die de beste wol leveren om te vilten. ‘Ik krijg mijn wol van een schaapskudde in Warnsveld. We hebben hier op de boerderij een tijdje onze eigen schapen gehad, maar dat was behoorlijk veel werk en de wol van die schapen viltte niet zo goed. Het was vooral nostalgie, het idee dat het hele proces, van begin tot eind hier plaatsvond.’ Toch is Leonie nog steeds betrokken bij het begin van het proces door de kudde regelmatig te bezoeken. ‘Schapen hebben een essentiële functie in ons landschap; ze lopen over onze heidevelden om te voorkomen dat het allemaal bos wordt. Als ik ze dan zie lopen met hun vacht helemaal vol met takjes en rotzooi kan ik me haast niet voorstellen dat je er zulke mooie dingen van kunt maken.’ Daar gaat dan ook een heel proces aan vooraf: scheren, wassen, verven, kammen en uiteindelijk vilten of breien. Soms helpt Leonie mee met scheren. Wassen doet ze zelf, maar het kaarden laat ze grotendeels doen door iemand die ze kent in Groningen. ‘Hij heeft een veel grotere kaardmachine dan ik, dus dat gaat even wat sneller.’ Een kaardmachine is in feite een grote kam met haakjes die de vezels van de wol allemaal in dezelfde richting kammen zodat de wol een gladde structuur krijgt – de ideale basis voor haar creaties. Na het kaarden verft Leonie de wol zelf. ‘Ik verfde altijd met synthetische verven. Die kleuren de wol goed en egaal. Bovendien is het een makkelijk proces: je pakt een grote pan, doet er een potje verf bij, gooit de wol erin en laat het 40 minuten koken.’ Maar sinds kort experimenteert Leonie met natuurlijke verf, gemaakt van planten. In de tuin staan inmiddels een paar verfplanten, zoals gele kamille, boerenwormkruid, vrouwenmantel en afrikaantjes. Maar ook fluitenkruid of brandnetels uit de berm, beukenhaagsnoeisel, rietpluimen en de groene schillen van walnoten zijn geschikt om mee te verven. Momenteel onderzoekt Leonie hoe ze donkerder bruin, groen en rood tot zelfs bijna zwart kan krijgen door steeds laagjes over elkaar te verven. ‘Dat experimenteren heeft iets magisch.’ Tegelijkertijd is natuurlijk kleuren een veel ingewikkelder en langer proces dan synthetisch verven en dat is nog exclusief het werk in de tuin om de planten te kweken. ‘Ik kan de planten ook gewoon kopen hoor, maar ik vind het toch leuker om het allemaal zelf te doen. Dat ik het hele proces hier heb, voelt heel intiem. Dan is de cirkel voor mij helemaal rond.’  

‘Een vacht of een wandkleed is voor iemand niet waardevol als hij het proces niet kent’

 Je weet dus hoeveel werk het is voordat je van wol een eindproduct hebt gemaakt. Betekent dat ook dat je begrijpt dat 95 procent van de wol wordt verbrand?
‘Ik begrijp dat de verwerkingskosten hoog zijn. Als je een schaap hebt geschoren, heb je vieze wol. Die moet je wassen, kaarden en afhankelijk van de toepassing, tot draad spinnen of vilten voordat je er iets van kunt maken. Maar scheren moeten we sowieso. Onze oerschapen ruiden nog zelf, maar op een gegeven moment ontdekte de mens dat schapen wel erg handig waren, omdat ze melk, vlees én wol konden leveren. Vanaf dat moment zijn we schapen gaan fokken en bepaalden wij wanneer we een schaap schoren, waardoor ze hun natuurlijke signaal om te ruien verloren. Zouden we ze nu niet scheren dan groeit de vacht door en zal een dier uiteindelijk sterven door het gewicht en de hitte.
De schapen worden nu dus één keer per jaar geschoren, bij voorkeur tussen eind mei en juli. Hoe later hoe beter het is voor de schapen en de wol. Als het even goed warm is geweest wordt de lanoline die in de wol zit vloeibaar en dan is het met scheren alsof je met een warm mes door de boter gaat. Je hebt dan een soort natuurlijke scheerolie waardoor de schapen minder last hebben van het scheren. Grotere boeren scheren soms al in januari. Die laten hun schapen extra vroeg lammeren, zodat die lammetjes later in het jaar nog gedekt kunnen worden. Geschoren schapen zijn schoner bij het aflammeren en bovendien kunnen de lammetjes dan beter bij de uiers. Maar dat is niet hoe de natuur het heeft gemaakt. In januari is het koud en heeft een schaap gewoon zijn vacht nodig, vind ik.
Maar goed, om terug te komen op je vraag: dat 95 procent van onze wol wordt verbrand komt vooral doordat veel mensen niet bereid zijn om meer te betalen voor een eindproduct van wol. Er zijn immers veel goedkopere, synthetische alternatieven. Ik merk dat soms ook. Dan zeggen mensen: 110 euro voor een vacht? Bij Ikea liggen ze voor 35 euro. En dat snap ik! Dat zou ook mijn eerste reactie zijn. Maar in plaats van drie schapenvachten van Ikea kun je ook één mooie kopen.’

Hoe laat jij mensen dan de waarde inzien van jouw producten?
‘Ik merk dat mijn producten meer waarde krijgen door mensen te betrekken bij het proces en bewustzijn te creëren. Daarom vertel ik mijn klanten het verhaal van de schapen, de wol en het maakproces aan de hand van dit boek, een soort portfolio met foto’s van het hele proces.
Daarnaast geef ik alle producten een naam. Meestal die van degene die als eerste contact heeft opgenomen. En als ik iets vanuit mezelf maak, een naam die ik goed vind passen. Zo is ‘Sjoerd’ vernoemd naar een vriend van mij die kaal is en is dit grijze wandkleed vernoemd naar mijn moeder.
Mensen uitnodigen om hier in m’n atelier te komen kijken, helpt ook om de connectie te gaan voelen met het product dat ze kopen. Neem deze wol, geverfd met de groene schillen van walnoten. Behalve een prachtige bruingroene kleur, zie je ook dat de wol veel meer kleurtonen en diepte heeft dan wol die synthetisch is geverfd. Dat komt doordat de plantaardige verf minder goed pakt op de vettige stukjes wol en juist beter op de door de zon verbleekte uiteinden. Daardoor is de wol veel levendiger, en gek genoeg voel je dat ook. Het doet echt iets. Maar dat moet je ervaren.’

Je zei in het begin dat je nog eindeloos veel ideeën hebt met wol. Wil je een tipje van de sluier oplichten?
‘Ik was tijdelijk gestopt met het maken van vachten, omdat ik meer uitdaging zocht. Die vind ik nu in het experimenteren met natuurlijke verf en in het maken van grote wandkleden. Ik houd van het imposante; dat ik zoiets groots mag maken waar mensen iedere dag langslopen, vind ik een eer. Bovendien is er in de grote doeken meer ruimte voor een verhaal. Zo maakte ik een tijdje geleden een wandkleed voor een grote ruimte in een verbouwde boerderij waar het enorm galmde. De bewoners zochten een mooi item voor aan de muur dat de akoestiek verbeterde én bovendien hufterproof was voor twee joekels van honden. Een mooie uitdaging! Zoals je op de foto (zie bovenaan het artikel) kunt zien, wordt het wandkleed steeds verfijnder naarmate je hoger komt.
Ooit zou ik driedimensionale objecten willen maken voor in grote openbare ruimtes zoals een ziekenhuis, een bibliotheek of station Amsterdam Centraal. Als mensen mijn grote doeken zien, is er vaak verwondering. Ze verwachten niet dat je van iets simpels als wol zoiets moois kan maken.’

Dat klinkt alsof je wol letterlijk en figuurlijk een podium wilt geven…
‘Schapenzacht gaat voor mij over verbinding. Verbinding met het proces, de mensen voor wie ik de producten maak en de natuur. Laatst was ik een keer ‘s avonds in een natuurgebied. Het enige wat ik hoorde was het ruisen van de wind en het getjilp van vogels. En toen dacht ik: dít is het gevoel dat ik wil overbrengen met Schapenzacht. Dat mijn creaties iets herkenbaars hebben, als een herinnering aan de natuur. Dat iemand ’s ochtends met zijn kopje koffie voor het wandkleed staat en denkt: “Ah ja, lekker. Misschien ga ik vanmiddag maar eens een halfuurtje wandelen.” Die uitnodiging wil ik overbrengen. Want zonder natuur geen Schapenzacht.’


Leonie geeft regelmatig workshops, waarbij je met de hand een kleine vacht of een wandkleedje maakt. Leonie: ‘Het maakt niet uit of je creatief bent of niet. Er rolt altijd wel iets moois uit. Werken met wol maakt bovendien dat je uit je hoofd gaat: we creëren puur op gevoel, terwijl het uiteindelijke vilten juist heel lichamelijk werk is.’ Meer informatie en beschikbare data.

Vorige
Vorige

Hoe roofvogels ons spiegelen

Volgende
Volgende

Hoe we kunnen communiceren vanuit ons onderbuikgevoel