Wat we van wolven kunnen leren

Ecoloog Hugh Jansman:

‘Veiligheid vinden in de groep. Daar moeten we naar terug’

Dat we vervreemd zijn van onze ware natuur is de belangrijkste spiegel die de wolf ons voorhoudt. Op de grens van twee wolventerritoria, op de Midden-Veluwe, vertelt ecoloog Hugh Jansman wat er nodig is om terug te keren naar onze roots als groepsdieren. En hoe wolven ons daarbij kunnen inspireren.

Tekst en portretfoto: Merel van der Lande

‘Welkom op de “Wolvenallee!”, zegt ecoloog Hugh Jansman enthousiast als we een lang zandpad inslaan, dat dwars over de hei gaat. Het pad is de grens van de territoria van de roedel wolven op de Noord-Veluwe en het paar wolven van de Midden-Veluwe. Maar helaas betekent dat niet dat er ook wolven te zien zijn. Hugh: ‘Heel eerlijk: ik heb hier nog nooit een wolf gezien, terwijl ik toch regelmatig vroeg de natuur in ga. Je moet echt heel veel geluk hebben om er een te zien.’ En het huilen, kunnen we dat misschien horen? ‘Nee, in Europa huilen de wolven bijna niet meer. In het verleden betekende dat namelijk hun dood, doordat de mens hen op die manier makkelijk kon opsporen om ze vervolgens te doden. Dus voor hun eigen voortbestaan hebben ze dat waarschijnlijk afgeleerd.’ Wat rest zijn de sporen waarmee de wolven hun territorium markeren: uitwerpselen, duidelijk herkenbaar aan de haren en de kalkresten van de botten die erin zitten.
Als ecoloog is Hugh blij met de terugkeer van de wolf. ‘Wolven zijn de dirigent van het ecosysteem. Ze zijn zeer territoriaal en zorgen op die manier voor een leefgebied waarin voldoende voedsel en dekking voor de roedel is. Tegelijkertijd voorkomen ze met hun territoriale gedrag ook dat ze hun prooien overbejagen doordat er te veel wolven in een gebied leven.’ Maar er zijn ook tegenstanders. Hugh: ‘Wolven eten voornamelijk reeën, herten en zwijnen, maar ze pakken ook wel eens een schaap. Dat vindt de eigenaar natuurlijk niet fijn. In plaats van de wolf de schuld te geven, kunnen we ons echter ook afvragen welke les we daaruit kunnen leren: is óns systeem wel kloppend? Is hoe wij met onze schapen omgaan wel juist? Dat is hoe veel inheemse stammen nog naar de natuur kijken. Hun traditional ecological knowledge is niet gestoeld op wetenschappelijk onderzoek, maar op de vraag: welke les kunnen we hieruit leren? Dat vind ik een heel mooie en spannende nieuwe wereld en ik ben ervan overtuigd dat als we óók op die manier naar natuur gaan kijken, we ontzettend veel kunnen leren. Om te beginnen van wolven.’

Waarom kunnen we juist van wolven veel leren?
‘Hoewel we genetisch gezien verwant zijn met mensapen als de chimpansee en de bonobo, lijken wolven sociaal gezien meer op ons. En de reden is heel simpel: de wolf is een familiedier, net als wij. Een wolvenroedel is als een gezin, waarin de wolven in principe monogaam zijn en de man bijdraagt in de zorg en opvoeding van zijn jongen. Sterker nog, het mannetje accepteert ook de jongen van een vorige man. Bij andere sociale dieren zorgt het mannetje vaak alleen voor de bevruchting en verdwijnt dan uit beeld. En als je kijkt naar het doorgeven van genen, een van de basiswetten van de evolutie, doen wolven dat op een hoog niveau. Dieren als leeuwen en beren doden de jongen van een andere man, zodat het vrouwtje weer snel vruchtbaar wordt en hun eigen genen worden doorgegeven. Voor wolven maakt het niet uit of het hun eigen genen zijn die worden doorgegeven of die van een familielid.’

‘Spelen is belangrijk voor het aanpassingsvermogen en vertrouwen van het individu en de sociale en emotionele ontwikkeling van de welpen’

Het belang van het voortbestaan van de familie is groter dan die van het individu?
‘Ja! En dat is meteen het eerste wat we van deze dieren kunnen leren. Wolven snappen dat het om de groep draait en dat alle individuen van belang zijn. In Junglebook komt dat ook mooi terug: de kracht van de wolf is zijn roedel. Synergie, flow en elkaar blindelings kunnen vinden, zijn van levensbelang. En dat kan alleen door te zorgen dat niets hen in de weg staat. Conflicten leggen ze daarom zo snel mogelijk bij, en dat doen ze door spel. Spel is de motor van de sociale groep: animals that play together stay together. Wolven hebben een duidelijke hiërarchie en taakverdeling, maar net als bij ons, gebeuren er in het leven dingen die stress veroorzaken. Stel dat de bètawolf (de tweede in de hiërarchie) stress ervaart, dan zal hij dat afreageren op de wolf onder hem in de hiërarchie. Die reageert dat weer af op de wolf daaronder, en zo sijpelt de stress door in de roedel. Een wolf onderaan de rangorde, de omega, is het pispaaltje en signaleert als eerste dat het stresslevel in de roedel te hoog is. Die wolf gaat dan onmiddellijk in de spelmodus, waarbij alles mag en iedereen gelijkwaardig is. We zien bijvoorbeeld dat volwassen dieren aan self-handicapping doen en dat de alfa, de roedelleider, zich door een welpje omver laat gooien, iets wat een alfa zich in de normale situatie niet kan permitteren. Spelen is belangrijk voor het aanpassingsvermogen en vertrouwen van het individu en de sociale en emotionele ontwikkeling van de welpen. Die trainen zo niet alleen hun motoriek en timing, maar ook hoe ze moeten communiceren met de groep. Spel leert de wolven dus samenwerken, incasseren, verzoenen en communiceren, waardoor ze de spelregels van de groep, dus wat ze als groep normaal vinden, bestendigen. Op die manier herstellen de wolven de balans in de groep. Dat gebeurt meerdere keren per dag en zorgt voor een enorme groepsbinding.

‘Wolven zijn zich heel bewust van waar ze goed in zijn. Daardoor ontstaan accentverschillen’

Daarnaast is taakverdeling heel belangrijk. Bij wolven heb je verzorgers, jagers en grensbewakers. In principe doet iedere wolf alles, maar wolven zijn zich heel bewust van waar ze goed in zijn en daardoor ontstaan accentverschillen. Als de moeder van een paar welpjes de beste jager is, verlaat zij al heel snel het nest om te gaan jagen, terwijl een wolf met een zorgkarakter de zorg voor de welpjes op zich neemt. En ook tijdens de jacht is er een duidelijke taakverdeling: de veel snellere en wendbare vrouwtjes jagen een hert op totdat het uitgeput is en vervolgens werken de sterkere mannetjes het ruim 200 kilogram wegende dier tegen de grond.’

Wat kunnen wij hier als mensen nu precies van leren?
‘Nu begeef ik mij op glad ijs, want dit is niet mijn vakgebied. Ik stel daarom liever vragen die stof tot nadenken geven. Wat is er bij ons nog over van de groepsbinding? Ervaren we in onze maatschappij nog een “wij-gevoel”? In hoeverre spelen wij als volwassen nog? Doen wij in ons dagelijks leven de taken waar we goed in zijn en geven die ons echt voldoening omdat het onze purpose is?
Bij lezingen aan bedrijfsleiders vertel ik vaak dat de alfa altijd waakt over de omega. Dus als de omega te veel shit over zich heen krijgt, dan grijpt de alfa in. Ik vertaal dat door aan die managers te vragen in hoeverre ze oog en oor hebben voor de conciërge en de schoonmakers als ze het bedrijf binnenstappen. Veel managers zijn vooral druk met pleasen naar de mensen boven hen, terwijl ze pas echt goede leiders zijn als ze de loyaliteit krijgen van de mensen aan wie zij leidinggeven. Loyaliteit is goed voor de flow en de creativiteit en het voorkomt burn-out, bore-out en sabotagegedrag. Een wolf kan alleen de leider van een roedel zijn als zij de ultieme zorg geeft, voor veiligheid zorgt en aan duurzaam leiderschap doet. En ik zeg “zij”, want dat is een ander stokpaardje dat ik graag gebruik: bij sociale groepsdieren is altijd sprake van vrouwelijk leiderschap. We kijken graag naar de poeha van vechtende edelherten, de bokito, de grootste mannelijke wolf of de olifant met de grootste slagtanden. Maar het zijn de vrouwen, de matriarchen, die alle duurzame beslissingen nemen. Denk aan de plek voor het nest en wanneer de welpen verplaatst kunnen worden.
En dan nog zoiets: de menopauze. Evolutionair gezien is dat natuurlijk compleet idioot. Het draait om voortplanting en als dat niet meer kan, ga je dood. Tenzij het meerwaarde heeft. En oma, of dat nu bij mensen, wolven, orka’s of olifanten is, heeft ontzettend veel meerwaarde. Dat kan de zorg voor de jongen zijn, zodat de moeder voor voedsel kan zorgen, maar ook kennis. Zo is een gevecht met een andere roedel de belangrijkste doodsoorzaak van wolven en dan telt elk individu. Bij wolven zie je dan ook dat een oudere wolf (zes jaar en ouder) belangrijker is dan een extra wolf in de roedel, omdat de wijsheid en levenservaring van die oudere wolf meer kans geeft om een roedelgevecht te winnen dan een extra wolf. Dus de vraag die wij onszelf moeten stellen, is: hoe kunnen wij onze ouderen weer terughalen in de maatschappij om zo gebruik te maken van hun kennis en ervaring?’

Wolven houden ons dus eigenlijk een spiegel voor die ons laat zien hoe ver wij als mensen van onze eigen natuur af zijn komen te staan?
’Ja. We zijn vervreemd van de natuur, van seizoenen van schaarste en overvloed, van het feit dat sterfte en lijden gewoon bij het leven horen. We willen continu een 7,5 scoren op de gelukschaal en dat is niet reëel. Onlangs las ik een mooie quote: “We hebben geen ecologische crisis, we hebben een spirituele crisis”. Natuurlijk hebben we te maken met een klimaat- en biodiversiteitscrisis die enorm urgent is. Als ik hier met jou rondloop, vind jij het er misschien mooi uitzien. Als ecoloog zie ik een bos dat op instorten staat, het kerkhof van vijftig jaar wanbeleid op het gebied van de bio-industrie en stikstofuitstoot, met uitdroging en verzuring tot gevolg. En de heide bestaat vooral uit pijpenstrootje, een teken van een zeer vermeste bodem. Ik ben ervan overtuigd dat onze spirituele crisis de oorzaak van alle problemen is. We zijn vergeten wie we zijn, wat onze purpose is. En dat we kwetsbaar mogen zijn. Het bij elkaar vinden van de veiligheid om kwetsbaar te mogen zijn, is nou juist wat sociale groepsdieren uniek maakt. Vanuit die basis kun je collectief elke tegenslag aan.’

‘Echte vrijheid is dat je durft te doen waar je vanuit je diepste kern blij van wordt’

Hoe kunnen we die veiligheid dan weer bij elkaar vinden? En wat betekent dat voor het leven zoals we dat kennen?
‘Er niet bij horen is voor een groepsdier het spannendste wat er is. Als een leeuw een poot breekt, is het einde verhaal. Dan laat de groep hem achter om te sterven. Als een wolf een poot breekt, zien we hem vaak een paar maanden later weer lopen, ook al is dat soms op drie poten. De roedel houdt het gewonde dier letterlijk en figuurlijk op de benen tot het weer zelf kan lopen. De zorg voor elkaar is echt fantastisch. Wolven weten dat het vangen van hoefdieren die zo’n vijf keer meer wegen dan een wolf een risicovolle onderneming is. Dat lot dragen zij als groep. Als je als mens in de tijd van de jagers en verzamelaars uit de groep werd gezet, er niet meer bij hoorde, werd dat je dood. Die angst om er niet bij te horen, zit nog steeds in ons. Maar “erbij horen” betekent in onze samenleving dat je de nieuwste smartphone hebt, alle populaire series op Netflix volgt en minimaal 500 Facebookvrienden hebt. Daarmee houdt het systeem ons gevangen in een continu gevoel van onveiligheid, waarbij behoeftebevrediging op korte termijn je een moment van ontspanning geeft. De enige manier om daaruit te ontsnappen, is door al die stresshormonen te laten gaan en onderuit te zakken in de welbevindmodus. Dat vereist dat je in je diepste zelf durft te kijken, dat je je kwetsbaarheden en je ego tricks onder ogen ziet en dat je die deelt met de groep. Dan komen we weer in verbinding met elkaar en met de natuur. Maar dat kan alleen vanuit kwetsbaarheid, nederigheid, veiligheid en dankbaarheid. Als we dat weer met elkaar leren, dan maakt het niet uit of we op vakantie kunnen, 500 Facebookvrienden hebben, online kunnen shoppen, een eigen huis kunnen kopen.
Echte vrijheid is dat je durft te doen waar je vanuit je diepste kern blij van wordt en dat, mocht het even tegenzitten, de groep je opvangt, omdat het zich op een later moment wel weer terugbetaalt. Darwins Survival of the Fittest gaat bij sociale diersoorten niet om the best competitor, maar om the best cooperator. Niet degene met de grootste spierballen, die letterlijk het sterkst in de strijd is, heeft de meeste macht. Nee, ben jij in staat om een veilige basis te creëren, zodat je de loyaliteit en het vertrouwen van de groep krijgt? Dát is waar het om gaat. Dat zijn de kernkwaliteiten van sociale groepsdieren. Dus hoe brengen we die weer terug in onze samenleving? Dat kan alleen als wij onze kinderen die basis voorleven. En dat vereist een radicaal andere manier van omgaan met de natuur, dieren, het schoolsysteem, ons voedsel. Met alles eigenlijk. We moeten weer voelen dat we onderdeel zijn van de natuur en van daaruit handelen.’

Hebben we daar nog tijd voor gezien de urgentie van de klimaatcrisis?
‘Volgens sommige wetenschappers hebben we nog een jaar of vijf à tien om het tij te keren. Daarna zou het vrijwel onmogelijk worden om de wereld leefbaar te houden voor de volgende generaties mensen. En hoewel Corona en de oorlog in Oekraïne in die zin kansen bieden, doen we daar vooralsnog niets mee. We zijn alleen bezig met conflictmanagement en kijken niet naar de echte oorzaken van de problemen. Ik vind het fascinerend dat we onszelf uitroepen tot de meest intelligente soort ooit en dat we niet handelen terwijl we alle kennis en middelen hebben om het anders te doen. Om een waanzinnig, prachtig leven te hebben in duurzame harmonie met de natuur. Daarom laat ik me liever inspireren door het ongelofelijk rijke, dynamische en sociale leven van groepsdieren zoals wolven.’

Tot slot: wat geeft jou hoop?
’Het verhaal van een wolf met de naam Triangle, een iel mannetje dat fysiek weinig waard leek en laag in de rangorde stond. Tijdens een gevecht met een andere roedel, werd een vrouwtje uit Triangles roedel gepakt. Ze lag op de grond en werd aan alle kanten gebeten. Op dat moment stoof Triangle richting de aanvallers en veroorzaakte chaos en verwarring, waardoor de dochter kon ontsnappen. Niemand had zo’n actie ooit van deze magere wolf verwacht. De loyaliteit en het altruïsme van deze Triangle geven me hoop. Omdat ik weet dat de mens deze kwaliteiten ook bezit. Veiligheid vinden in de groep. Daar moeten we naar terug.’


Hugh Jansman is als dierecoloog verbonden aan Wageningen Environmental Research. Als zzp’er vertaalt hij natuurprocessen naar inspiratie voor nieuwe ideeën en oplossingen voor problemen. Hij doet dat met name in het bedrijfsleven, maar de processen die hij beschrijft bieden net zo goed inspiratie voor ons persoonlijke leven.

Vorige
Vorige

Ruimte voor een nieuw verhaal

Volgende
Volgende

Kunst die bijdraagt aan natuurverbinding