Terug naar de intelligente eenvoud van onze natuur
Chefkok en directeur van Antropia Eric van Veluwen:
‘We moeten terug naar de intelligente eenvoud van onze natuur’
Als kind was Eric van Veluwen helemaal ‘aangesloten’, zoals hij dat noemt. Hij voelde de verbinding met het grote geheel en volgde al op jonge leeftijd zijn eigen pad. Hij had een succesvolle carrière als chefkok en was eigenaar en exploitant van diverse goed aangeschreven restaurants, met als hoogtepunt landgoed Rhederoord. Op persoonlijk vlak had het succes echter een keerzijde: ‘Ik werd geleefd. Fysiek was ik aanwezig, maar ik heb die tijd grotendeels in een roes meegemaakt. Doodzonde.’
Tekst en portretfotografie: Merel van der Lande
‘Als ik een dennenboom ruik, ben ik thuis’, zegt Eric lachend. ‘Ik heet niet voor niets ‘van Veluwen’ – daar ben ik geboren en getogen.’ Als kind voelde hij zich enorm verbonden met de natuur. En niet alleen met de bomen, de planten en de dieren om hem heen, ook met zichzelf en het grote geheel. Op zijn veertiende begon hij met mediteren, las hij De Kleine I Tjing (een oud Chinees orakelboek) en had hij serieuze plannen om op de fiets naar India te gaan. Eric: ‘Die drie dingen hadden met elkaar te maken. Toen ik op de middelbare school zat, ging iedereen in de pauze naar de shoarmatent; die waren toen net in opkomst. Maar ik ging liever een praatje maken met de eigenaars van een Arabische Tapijtenwinkel waar het naar wierrook en kruiden rook. Kopje thee erbij. Heerlijk vond ik dat. In diezelfde tijd was er tegenover mijn school een jeugdhonk waar jongeren die van school waren gestuurd auto’s moesten opknappen voor een tocht naar India. Dat leek me mooi! Ik wilde mee, maar de tocht was vol. En toen hoorde ik dat er ook mensen op de fiets zouden gaan...’ Tijdens het uitzoeken van de route vroeg de jonge Eric zich af of hij in de winter beter via de bergen of via het zuiden kon fietsen en hij stuurde een brief naar de Pakistaanse ambassade voor advies. Eric: ‘Natuurlijk hadden ze door dat ik een kind was, dus de ambassadeur schreef een keurige brief terug aan mijn moeder, die bijna een hartverzakking kreeg.’ Tot een reis naar India is het nooit gekomen, maar zijn serieuze plannen maakten wel dat Eric zich verdiepte in de Oosterse filosofie. ‘Wat ik daaruit haalde, was dat we onderdeel zijn van een groter geheel, dat je in dit leven iets goeds moet doen en dat dat alleen kan door jezelf beter te leren kennen. Daarom ging ik mediteren.’ Een mooie basis voor een leven in verbinding met zichzelf. En toch raakte hij dat gevoel “aangesloten” te zijn gaandeweg zijn leven kwijt. Eric: ‘Sterker nog: ik heb dat gevoel pas sinds een paar jaar weer terug.’
Slaaf-zijn
Aan het begin van zijn carrière volgde Eric duidelijk zijn eigen pad. Zo ruilde hij als tiener zijn bijbaantje als krantenbezorger in voor een baantje bij een bakkerij. ‘Lekker warm, dat vond ik wel wat.’ Hij rolde de horeca in, deed een koksopleiding en werkte in België bij een restaurant met twee Michelin-sterren. Eric: ‘Het begin van het werkende leven is het moment waarop het slaaf-zijn begint. Je krijgt kinderen, wilt carrière maken, koopt een huis. Dan beginnen de verplichtingen en die neem je serieus. Zelf was ik ook nog eens heel streberig, ik wilde succesvol zijn.’ Op zijn 27e kreeg Eric zijn eerste wake-up call toen hij tijdens het wielrennen hard van zijn fiets viel. Om te revalideren, ging hij naar ’t Landgoed Hoog Deelen, een landgoed midden in het bos dat van kennissen was. Eric: ‘Daar tussen de moeflons voelde ik me weer aangesloten. Daardoor kon ik met meer afstand naar het fietsongeluk kijken. Hoe kan dit, vroeg ik me af. Ik had nooit tegenslag. En ik kwam tot de conclusie dat ik me als mede-eigenaar van een restaurant had laten vangen in Excelsheets, winstmarges en resultaten. Ik had me laten leiden door het verdienen van veel geld. Toen ik me dat realiseerde, viel er een blok van mijn schouders.’
“Ik kon het verschil zo duidelijk proeven; deze groenten hadden levenskracht!”
Okselhaar en sojabrokken
Niet veel later ging Eric aan de slag als chefkok bij restaurant De Woeste Hoeve in Hoenderloo. Op een dag kwam er een biologisch-dynamische boer uit Vaassen langs met een kratje groenten waarvan hij wilde dat Eric ze eens zou proberen. ‘Er zaten allemaal groenten in die ik in die tijd niet goed kende: peterseliewortel, palmkool, schorseneren, kardoen, wortelpeterselie, topinamboer.’ Twee weken later belde de boer om te vragen wat hij ervan vond. ‘Ik was het helemaal vergeten, maar beloofde hem er alsnog naar te kijken. Tot mijn grote verbazing zagen de groenten er na twee weken nog hartstikke goed uit dus ik ben ermee gaan koken. Die smaak zal ik nooit vergeten!’ Eric maakte een afspraak om zaken te doen, maar dat liep anders. In plaats van zaken te doen nam de boer hem mee voor een rondleiding over de boerderij. ‘Ik vond het er in eerste instantie maar een rotzooitje – ik begreep pas later dat dat bewust was om de biodiversiteit te bevorderen.’ De boer nam hem mee naar de bijen en de mestplaat, terwijl hij ondertussen over Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie vertelde. ‘Na afloop was ik zo onder de indruk dat ik alles over Steiner wilde weten. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in wat anderen beweegt en ik begreep niets van Steiner. Maar ik wilde hem wél begrijpen, omdat ik het verschil zo duidelijk kon proeven. Deze groenten hadden levenskracht!’ Een week later bestelde Eric van vier soorten witte groenten een kistje van vijf kilo. ‘Dat was het moment dat we besloten om opnieuw te beginnen: we gooiden de menukaart eruit en schreven voortaan op een krijtbord wat mensen konden eten. We waren nu immers volledig afhankelijk van het seizoen. We gingen wecken, chutneys maken en grotendeels vegetarisch en veganistisch eten serveren. Maar na een artikel in De Telegraaf kwamen de telefoontjes: allemaal afzeggingen. Biologisch en diervriendelijk eten stond in die tijd nog voor sojabrokken weken en vrouwen met okselhaar. Toch voelde het goed om door te zetten.’ Daarmee werd hij een van de eerste chef-koks die biologisch, lokaal en diervriendelijk eten volgens de seizoenen letterlijk en figuurlijk op de kaart zette.
“Fysiek was ik aanwezig, maar ik heb die tijd grotendeels in een roes meegemaakt”
Ego-gedoe
In 2004 kreeg Eric de kans om landgoed Rhederoord nieuw leven in te blazen. Hoewel hij in eerste instantie niet stond te springen, besloot hij toch een keer te gaan kijken. De schoonheid van het park en de potentie van de gebouwen trokken hem uiteindelijk over de streep. ‘Het was jarenlang een gesloten Christelijke community met een kansel en hotelkamers die eruitzagen als Oost-Europese afwerkplekken met niet geïsoleerde, dunne wanden en schilderijen van zigeunerjongetjes met een traan. Ik vond het een uitdaging om dat om te toveren naar een plek om te zijn.’
Ironisch genoeg had ‘er zijn’ voor Eric zelf in die tijd geen prioriteit. ‘Ik schreef een aantal kookboeken, werd gevraagd voor allerlei tv-programma’s en stond vaak in de bladen. Zelfs in de Playboy, waarvoor ik stoere mannenverhalen schreef over geiten roosteren in de haard met een lekker glas wijn erbij. De passie en de bevlogenheid waren er wel: goed eten, mooie dingen maken, het verhaal van het landgoed vertellen… Maar heb ik ervan genoten? In eerste instantie wel, maar het was allemaal ego-gedoe. Ik werd geleefd. Fysiek was ik aanwezig, maar ik heb die tijd grotendeels in een roes meegemaakt. Doodzonde. Ik leefde vanuit mijn hoofd, niet vanuit mijn hart. Veelzeggend was dat ik al bellend een medewerker aan het briefen was en dan boos werd dat ze me niet meteen begreep. Of dat ik de prachtige sequoia’s in het park zag en zei: oh, leuk plekje, moeten we wat mee doen. Pas jaren later voelde ik de kracht van die eeuwenoude bomen. Het was zaaien, zaaien, zaaien, maar ik vergat water te geven. Ik vergat het moment te koesteren en samen met anderen plezier te hebben van wat ik deed.’
“Ik wilde iets doen wat er écht toe doet”
Nederig
In de loop van de tijd ontstonden er scheurtjes in de schil van het uiterlijke succes. Op zoek naar bluswater op het landgoed kwam Eric in contact met iemand die kon pendelen waar de wateraders zich bevonden. Die vertelde hem bovendien dat een eik waar altijd de bliksem insloeg, op een kruising stond van een waterader en een leylijn, wat bliksem aantrekt. Erics nieuwsgierigheid was gewekt en hij besloot zelf ook te pendelen. ‘Dat kan iedereen. Maar je moet wel even ‘uit’ staan en dat zijn we niet gewend hè? We staan altijd aan, zijn altijd alert. Als je uit staat, ben je één met een groter geheel en voor je het weet trek je je schoenen uit en denk je: wow, gaaf dit!’ Eric is zichtbaar ontroert als hij terugdenkt aan dat moment. ‘Ja, dan word je nederig en denk je: wat zijn we toch allemaal aan het doen?’
Toch duurde het nog een aantal jaren voordat het roer echt om ging. Na Rhederoord werkte Eric voor het Ministerie van Volksgezondheid en was hij eigenaar van twee restaurants: Het Wapen van Heeckeren en De keuken van Hackfort. Op kerstavond gebeurde er iets bijzonders. ‘Ik was aan het werk bij het Wapen van Heeckeren toen er een klein gezelschap met een Ierse wolfshond binnenkwam. We raakten aan de praat en een van de dames vertelde dat ze Soraya heette en horoscooplezingen gaf. Het toeval wilde dat ik haar een halfjaar later opnieuw ontmoette, maar toen in mijn andere restaurant, De keuken van Hackfort. Dat kon geen toeval zijn, dus ik heb een lezing bij haar gedaan en wat ze vertelde, wow! Toen viel het kwartje: ik ben hier met een doel. Ik ben iemand die anderen inspireert met voeding en gezondheid.’ Dat inzicht veranderde alles en maakte dat hij uit de ratrace stapte. ‘Ik wilde iets doen wat er écht toe doet.’
Hoe kijk je nu terug op jouw succesvolle carrière?
Zoals gezegd was ik een streber. Ik wilde de kansen die ik kreeg allemaal grijpen. En bovendien kon ik er leuk geld mee verdienen. Maar die ratrace heeft me mijn huwelijk gekost en ik heb mijn kinderen verwaarloosd. Ze hebben later wel eens tegen me gezegd: “Pa, je was er nooit, maar daardoor woonden we wel in een mooie boerderij met een zwemvijver en hadden we toffe vakanties en een dikke auto voor de deur.” Natuurlijk was dat fijn. Maar toen ik zelf na de scheiding even heel weinig te besteden had - ik moest zelfs een keer kleingeld uit zo’n spaarvarken halen om boodschappen te doen - realiseerde ik me dat ik eigenlijk helemaal niks miste van dat leventje. En ook dat ik acht maanden per jaar aan het werk was om al die onzin te financieren: de schoonmaker, de tuinman, twee auto’s, iemand die het zwembad onderhield. Toen was het tijd om schoon schip te maken. Spijt heb ik niet. Het heeft zo moeten zijn. Ik heb in die tijd veel mensen geïnspireerd, dus laat dat het doel zijn geweest. En ik heb er een fantastisch netwerk mee opgebouwd waar ik nog altijd veel plezier van heb. Zo kwam er vanochtend een jonge gast langs die vegan chips gaat maken van groenteresten. Fantastisch! Dan denk ik: jou ga ik helpen. En dankzij het netwerk dat ik heb, kan ik dat ook. Mensen verbinden, laten stralen, dat is wat ik nu nog te doen heb. “Wat haal ik daar dan uit?”, vragen mensen me soms. Niks. Ik ben blij als jij succes hebt. Daar geloof ik in.’
Je zei helemaal aan het begin dat je het gevoel aangesloten te zijn pas sinds een paar jaar weer terug hebt. Hoe is dat gebeurd?
‘De reading van Soraya heeft me wakker geschud. Dat was in de tijd van de scheiding, waarin ik ook noodgedwongen mijn twee restaurants van de hand deed. Ik was toen weer helemaal op mezelf aangewezen. En behalve dat ik me realiseerde dat ik alle luxe niet miste, ontdekte ik ook wat ik wél had gemist: eerlijk, biologisch eten en de verstilling om bij mezelf te zijn en mijn batterij op te laden. De ontmoeting met mijn huidige vrouw versterkte het gevoel van aangesloten zijn. Zij woonde in Almelo met haar toen negenjarige zoon. Voor hen ben ik daarheen verhuisd. Maar omdat daar niets te doen was, ben ik zelf dingen gaan ondernemen. In opdracht van de gemeente Almelo opende ik een streekproductenwinkeltje in de stad. Ik heb een natuurpark helpen opbouwen. En samen met de buurt hebben we een energiecoöperatie opgericht en gevel- en moestuinen aangelegd. Dat je met elkaar iets doet voor een ander en dat je met mensen werkt waar geld niet op de eerste plaats komt, daar word ik blij van. En daardoor ben ik ook de verbinding met mezelf en het grote geheel weer gaan voelen.’
Wat heeft de wereld nu nodig?
‘We moeten terug naar de intelligente eenvoud van onze natuur: wat heb jij echt nodig, welke maatstaf neem je aan? Om dat te ontdekken moeten we durven voelen. En dat voelen moeten we weer leren door ons eerst te ont-wikkelen – los te komen van alle oude patronen, zodat we de spoel opnieuw kunnen opladen.’
Eric van Veluwen (1966) is directeur en mede-eigenaar van cultuur- en congrescentrum Antropia op het prachtige landgoed De Reehorst in Driebergen. De visie van Antropia ‘Wij geloven dat alles met elkaar in verbinding staat’ is een mooi symbool voor de lessen die Eric gedurende zijn leven opdeed en die hij hier op Antropia in de praktijk brengt. Practice what you preach. En dus is ook het eten hier zo veel mogelijk vegetarisch en veganistisch.